| Thijs en Evert Rinsema in Drachten
Thijs en Evert Rinsema werden in Drachten geboren. Thijs in 1877, Evert drie jaar later en na negen jaar zus Rienkje. Vader Durk Thijses was leerlooiersknecht en het mag dan ook geen verwondering wekken dat zowel Thijs als Evert een beroep kozen, dat aansloot bij dat van hun vader. Beiden werden schoenmaker en beiden bleven dat bijna hun hele leven. Bekend is dat Thijs in ieder geval nog tot een jaar voor zijn dood in 1947 als schoenmaker werkzaam was.
Toch zijn beide ‘Drachtsters’ niet bekend geworden omdat het zulke voortreffelijke schoenmakers waren. En dát ze het waren illustreert de uitspraak van collega-schoenmaker en overbuurman Padieske: ‘Het waren heel beste vaklui.’ Neen, de broers Thijs en Evert verwierven al was het pas lang na hun dood bekendheid door hun schilderkundige en literaire kwaliteiten.

Nel, Thijs en zoon Dirk Rinsema in de tuin achter het huis.

Zelfportret Thijs Rinsema ca. 1934.
Foto: Ebel Zandstra.
Theo van Doesburg
Tijdens militaire dienst kwam Evert in 1914 Theo van Doesburg tegen en tussen hen groeide een vriendschap die tot Van Doesburg’s dood in 1931 zou duren. Zo gebeurde het dat ook broer Thijs in contact kwam met Van Doesburg, de grondlegger van De Stijl en Dada in Nederland. Het was door deze kunstenaar dat zijn wijze van schilderen in een bepaalde richting werd gestuurd en Thijs begon zich te manifesteren als schilder in de traditie van Dada en De Stijl. Hij werd in kleine kring een gerespecteerd kunstenaar, ontmoette andere bekende kunstenaars en verwierf prijzen met zijn werk.
Opmerkelijk aan zijn werk is dat hij zich als eerste schilder bezig hield met het afbeelden van voetballers. ’t Zal hem daarom goed uitgekomen zijn dat er net een voetbalclub bij hem in de buurt de V.V. Drachten was opgericht en dat zoon Dirk daar lid van werd. Kon hij mooi gaan kijken en er abstracte kunstwerken van maken. Juist díe werken zijn nu wereldberoemd.

Voetballers, Thijs Rinsema.
Foto: Ebel Zandstra.
Maar hij liet het niet bij voetballers alleen, ook de renbaan op het VVV-terrein bezocht hij af en toe, wanneer daar een concours hippique werd georganiseerd. De over hindernissen springende paarden werden vervolgens geschilderd.

Springende paarden, Thijs Rinsema.
Foto: Ebel Zandstra.
Erg origineel waren zijn tekeningen en schilderijen waar fluitketels, pistolen, scheerspiegels en Odol-flesjes een hoofdrol speelden. In Drachten daarentegen keek men daar wat vreemd tegenaan. Velen kenden zijn werk, want wat was namelijk het geval? In plaats van schoenen toonde Thijs de Drachtsters schilderijen in de etalage van zijn schoenmakerij!

Tekening, Thijs Rinsema.
Foto: Ebel Zandstra.
Kurt Schwitters
Via Theo van Doeburg kwam Thijs in contact met de Duitse Dadaïst Kurt Schwitters. Schwitters kwam regelmatig naar Drachten om samen met Thijs kunst te maken. Nu eens collages van stukjes papier die beide heren uit het bos bij Beetsterzwaag haalden, dan weer doosjes beplakt met kleurige stukjes fineer. Ook hier kon Drachten maar nauwelijks aan wennen! De bijna twee meter lange Kurt Schwitters kwam overigens niet alleen naar Drachten om te werken en lekker te eten want eten dát kon hij! neen, hij kwam ook om zijn werk aan welgestelde Drachtsters te verkopen.

Collage, Thijs Rinsema.
Foto: Ebel Zandstra.

Doosje, Thijs Rinsema.
Eveneens een reden voor zijn komst was het optreden tijdens de nog steeds ‘wereldberoemde’ Dada-avond op 13 april 1923 in een zaal van De Phoenix in de Noorderbuurt. Thijs was dol op het contact met deze toch wel curieuze man. Het was een toneelspeler eerste klas die bij de Rinsema’s thuis, in hun woning aan de Zuidkade, met alle soorten van genoegen het alfabet zowel van achter naar voor als van voor naar achter opzegde en boven aan de trap declamaties ten beste gaf. En … als hij dan weer eens bepakt en bezakt met de tram in Drachten arriveerde, ging niet door de deur bij Rinsema naar binnen. Dat was hem te gewoon. In plaats daarvan koos hij steevast het raam als entree!
Na die veelbesproken Dada-avond, die in Drachten nogal wat opschudding veroorzaakte, werd Thijs voortdurend met het wereldvreemde Dada geïdentificeerd, hoewel hij er nauwelijks iets mee van doen had. Kwamen mensen hem op straat tegen dan klonk het: ‘dada’ in plaats van ‘dag’. Thijs vond dat prachtig en heeft de periode tussen 1920 en 1930 altijd als het hoogtepunt van zijn leven beschouwd. Er kwam een eind aan de contacten met Van Doesburg en Schwitters, door de dood van Theo en de verhuizing van Kurt naar Noorwegen.
De ‘filosoof’
En broer Evert? Die vond het ook allemaal even prachtig. Hij had een uitgebreide filosofische briefwisseling met Theo van Doesburg en schreef volzinnen een soort gedichten waarin bepaalde eigenschappen van de mens kritisch onder de loep worden genomen. Tijdens zijn leven zijn niet meer dan twee dunne boekjes met deze werken uitgegeven; een in 1920 en een in 1947. Maar dat maakte Evert allemaal niet uit, hij was een bescheiden mens die weinig om bekendheid gaf.

Boekje met volzinnen van Evert Rinsema.
In tegenstelling tot Thijs was Evert niet getrouwd, maar woonde samen met zijn moeder Corjonda in een huis aan de tegenwoordige Burgemeester Wuiteweg, op nummer 77. Theo van Doesburg kwam regelmatig bij hen over de vloer en liet zich door moeder Rinsema royaal verwennen. Evert trouwde alsnog op 52-jarige leeftijd en verhuisde naar Assen. Nog altijd sprak hij na zijn huwelijk tegen vrienden en bekenden vol weemoed over zijn contacten met de ‘grote’ Theo van Doesburg.
Broers maar toch…
In hoeverre leken zij op elkaar, de beide broers? Thijs was impulsief, driftig en soms kort af (ook wel 'stiekelig' genoemd). Het was te zien aan zijn lopen: met driftige pasjes liep hij door het dorp. Een opvallende verschijning, dat kleine opgewonden mannetje met z’n puntbaard. De filosofisch aangelegde Evert was veel rustiger en haast een beetje wereldvreemd. Ook zijn manier van lopen vertelde iets over het karakter, of zoals Spahr van der Hoek het later zei: ’Evert Rinsema wie, nei ’t my foarstiet, in myld en hwat skrutel man hoeden sels yn syn manier fan rinnen (…).’
De mythe geboren
Regelmatig werd en wordt gesuggereerd dat de opbloei van Thijs zijn kunstenaarsschap slechts van tijdelijke aard was. Een constatering gebaseerd op het feit dat hij na overlijden van Van Doesburg en het vertrek van Schwitters uit zijn leven, weer in de ‘oude’ traditie van bloemstukken schilderen verviel. Hij was daarin overigens niet uniek, veel schilders deden dat eveneens in die tijd. Ook degenen die daarvoor abstracte werken hadden gemaakt. En het is ook maar zeer de vraag óf die bloemstukken wel zo traditioneel waren. De werken die hij na 1930 schilderde, zijn op zijn minst bijzonder te noemen en bepaald geen natuurgetrouwe weergaven van de werkelijkheid. Altijd was sprake van een zekere abstractie of zat er op een of andere manier wat symboliek in. En dan hebben we het nog niet eens over de bijzondere kleurvoering.

Bloemstuk, Thijs Rinsema.
Foto: Ebel Zandstra.
Desalniettemin werd toch langzaam maar zeker de bekende mythe rond Thijs en Evert gecreëerd: het verhaal van de twee arme schoenmakers die naast hun werk ook nog wat aan kunst deden. Pas na de contacten met Van Doesburg en Schwitters zouden zij kunstenaars van betekenis geworden zijn. Dat valt echter te betwijfelen.
In de eerste plaats waren Thijs en Evert bepaald geen ‘arme schoenmakers’. Ze konden zich goed bedruipen en waren behoorlijk ontwikkeld. Van beiden is bekend dat ze reeds aan het begin van de twintigste eeuw toonaangevende literatuur en poëzie lazen. Uit het bezit van Thijs rest een verhandeling over Multatuli, die hij al in 1902 toen 25 jaar oud had gekocht! Verder is bekend dat hij een voor die tijd uitgebreide bibliotheek met kunstboeken en filosofische werken had. Zijn vriend Cramer von Baumgarten vertelde later over hem: ‘Als Thijs Rinsema maar had kunnen leren toen hij jong was [zowel Thijs als Evert voltooiden slechts de lagere school, TR] dan was hij beslist een cultuurfilosoof van formaat geworden. Hij praatte overal zo gemakkelijk over, wist veel en had zichzelf Duits geleerd om de Duitse filosofen te kunnen lezen. Verder was hij goed in het beoordelen van kunst van anderen. Zo was hij de eerste die door had dat Van Meegeren schilderijen van Vermeer had vervalst.’
En toen…
Evert vertrok na de dood van zijn moeder uit Drachten, om met zijn vrouw Coba in Assen te gaan wonen. Daar liet hij door architect Göbel een prachtig huis bouwen, op de wijze zoals zijn vriend Theo van Doesburg dat graag gezien zou hebben. Het huis staat er nog steeds en heeft terecht de status van gemeentelijk monument gekregen. In 1954 moest hij noodgedwongen verhuizen. Hij kreeg TBC en moest kuren; eerst in Gennep en later in Heerenveen. In 1958 kwam hij nog een paar maanden terug naar Drachten, doch overleed datzelfde jaar in het ziekenhuis in Heerenveen.
Thijs bleef Drachten tot zijn dood toe trouw. ’s Ochtends werkte hij in de schoenmakerij, waar hij nog steeds prachtige schoenen maakte. ’s Middags stapte hij als de tijd het toeliet op zijn fiets, om bloemen te plukken. Die zette hij vervolgens in een vaasje om ze in zijn ‘Stijlkamer’ Thijs had een in primaire kleuren geschilderde kamer die hij als atelier gebruikte te gaan schilderen. Hoewel tevreden met dit leven, vond hij Drachten soms maar een ingeslapen dorp waar weinig te beleven viel. Dan trok hij er maar weer eens op uit en toog naar Amsterdam of Rotterdam om kunst in de musea te bekijken, kunstboeken te kopen of bij kunstenaars op bezoek te gaan.
De Tweede Wereldoorlog was vanzelfsprekend een moeilijke tijd. Steeds minder werd mogelijk. Een enkele keer nog ging hij met zijn vrouw Nel op de fiets naar Meppel om zijn zoon en schoondochter en later zijn pasgeboren kleinzoon te bezoeken. Maar veel kwam hij er niet meer uit. Dat werd kort na de oorlog nog moeilijker toen hij ziek werd. Na een zwaar ziekbed Thijs had kanker overleed hij in 1947.
Eindelijk erkenning?
Pas jaren na beider dood dook de naam Rinsema weer op in de kunstwereld; ' ’t was toch wel heel aparte kunst die deze schoenmakers maakten!' zo werd opgemerkt. De gedichten van Evert kwamen opnieuw in de belangstelling en het werk van Thijs werd geëxposeerd. Verder verschenen in de landelijke pers steeds vaker verhalen over die twee vreemde schoenmakers uit Drachten. De bekendheid van Thijs en Evert nam hand over hand toe. En, ineens werd de kunst van Thijs voor veel geld verkocht. Thijs en Evert Rinsema waren bekende Drachtsters geworden.
Thijs Evert Rinsemajaar Museum Drachten
|